1. De verhorende opsporingsambtenaar kan met toestemming van de officier van justitie bijzondere toegang tot het bijwonen van het verhoor van de getuige alleen verlenen aan:

    1. een derde die de verhorende opsporingsambtenaar bijstand verleent;

    2. de raadsman van de verdachte.

  2. De officier van justitie kan aan de toegang voorwaarden verbinden.

  3. Indien bijzondere toegang wordt verleend en sprake is van toepassing van artikel 2.3.4, eerste lid, neemt de officier van justitie of de hulpofficier van justitie de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om onthulling van de identiteit van de getuige te voorkomen.