Ieder die kennis draagt van een misdrijf als omschreven in de artikelen 92 tot en met 110, 157 tot en met 176b voor zover daardoor levensgevaar is veroorzaakt, 242, 278, 282 voor zover daarbij sprake is van vrijheidsbeneming op een plaats die daarvoor niet bij of krachtens de wet bestemd is, 287 tot en met 294 en 296 van het Wetboek van Strafrecht is verplicht daarvan direct aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar. Gelijke verplichting geldt ten aanzien van een ieder die kennis draagt van een terroristisch misdrijf.