1. De getuige kan hoger beroep instellen tegen de afwijzing door de rechtbank van een verzoek tot invrijheidstelling op grond van artikel 2.10.36, tweede lid. Het hoger beroep wordt ingesteld binnen drie dagen na de betekening van de beslissing. Na afwijzing in hoger beroep kan de getuige binnen diezelfde termijn beroep in cassatie instellen.

  2. De getuige kan beroep instellen tegen de afwijzing door de rechter-commissaris van een vordering of verzoek tot het geven van een bevel op grond van artikel 2.10.39, eerste lid. Het beroep wordt ingesteld binnen twee weken na de betekening van de beslissing en wordt behandeld door het gerecht in feitelijke aanleg dat de zaak berecht.

  3. Bij het instellen, intrekken of afstand doen van beroep op grond van het tweede lid blijft artikel 5.2.4, eerste lid, onderdeel a, buiten beschouwing.

  4. De rechtbank, het gerechtshof of de Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.