De rechter-commissaris kan na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.10.64, en indien hij op grond van de artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.4 onderzoek verricht tevens ambtshalve, in het belang van de voortgang van het onderzoek de officier van justitie en de verdachte een termijn stellen voor het indienen of onderbouwen van een vordering of een verzoek. Hij voegt de termijnstelling bij de processtukken.