1. Nadat de afspraak rechtmatig is geoordeeld wordt de getuige door de rechter-commissaris verhoord.

  2. Deze getuige kan niet worden verhoord met toepassing van de artikelen 2.10.39 tot en met 2.10.44.

  3. Zodra het belang van het onderzoek dat toelaat, brengt de rechter-commissaris de totstandkoming van de afspraak en de inhoud daarvan ter kennis van de verdachte te wiens laste de verklaring is afgelegd.

  4. De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de getuige bevelen dat de identiteit van de getuige voor een bepaalde termijn voor de verdachte verborgen wordt gehouden. Het bevel wordt voor de beëindiging van het onderzoek door de rechter-commissaris opgeheven.