1. De getuige die met de officier van justitie overlegt over het maken van een afspraak als bedoeld in artikel 2.10.59, kan zich laten bijstaan door een advocaat. Voor de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat aangewezen. De aanwijzing vindt plaats in opdracht van de rechter-commissaris door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.

  2. De rechter-commissaris hoort de getuige over de voorgenomen afspraak.

  3. De rechter-commissaris beoordeelt de rechtmatigheid van de afspraak. Hij houdt daarbij rekening met de dringende noodzaak en met het belang van het verkrijgen van de door de getuige af te leggen verklaring. Hij geeft tevens een oordeel over de betrouwbaarheid van de getuige. Hij legt zijn oordeel neer in een beslissing. Indien hij de afspraak rechtmatig oordeelt, komt deze tot stand.

  4. De officier van justitie voegt de processen-verbaal en andere gegevens die zijn verkregen door het maken van de afspraak niet bij de processtukken voordat de rechter-commissaris de afspraak rechtmatig heeft geoordeeld.