1. De rechter-commissaris kan de deskundige opdragen aanvullend onderzoek te doen, of een nieuwe deskundige benoemen met een opdracht tot uitvoering van een aanvullend onderzoek of een tegenonderzoek.

  2. De verdachte kan ter ondersteuning van zijn verzoek hiertoe kennisnemen van de stukken en de onderzoeksresultaten waarop de conclusies van het eerste onderzoek zijn gebaseerd. In het belang van het onderzoek kan de rechter-commissaris, na de officier van justitie te hebben gehoord, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie bepalen dat de kennisneming geheel of gedeeltelijk niet wordt toegestaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de kennisneming.

  3. Op een vordering of verzoek tot benoeming van een nieuwe deskundige is artikel 2.10.52, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing. Het nieuwe onderzoek moet gelijkwaardig zijn aan het eerste onderzoek.

  4. Op het aanvullende onderzoek of het tegenonderzoek is artikel 2.10.53 van overeenkomstige toepassing.