1. De rechter-commissaris stelt de officier van justitie en de verdachte direct in kennis van de benoeming en de onderzoeksopdracht en stelt hen in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn te vorderen of verzoeken de opdracht aan te passen.

  2. De rechter-commissaris kan ambtshalve of op vordering van de officier van justitie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, uitstellen, totdat het belang van het onderzoek zich daartegen niet meer verzet.

  3. De deskundige kan de rechter-commissaris ter verheldering van zijn opdracht vragen stellen. Van zijn antwoord daarop stelt de rechter-commissaris de officier van justitie en de verdachte in kennis. De rechter-commissaris kan de kennisgeving uitstellen zolang het belang van het onderzoek zich daartegen verzet.

  4. De rechter-commissaris kan met de deskundige overleggen. Hij stelt de officier van justitie en de verdachte in de gelegenheid daarbij aanwezig te zijn, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet.

  5. Nadat de deskundige de rechter-commissaris in kennis heeft gesteld van zijn verslag, brengt de rechter-commissaris het verslag ter kennis van de officier van justitie en de verdachte, zodra het belang van het onderzoek dat toelaat.