1. Het bevel wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de officier van justitie en betekend aan de verdachte en de getuige, met vermelding van de termijn waarbinnen en de wijze waarop het rechtsmiddel dat daartegen openstaat, moet worden ingesteld.

  2. De rechter-commissaris gaat niet over tot het verhoor van de getuige zolang tegen zijn beslissing nog beroep openstaat en, zo dit is ingesteld, totdat het is ingetrokken of daarop is beslist, tenzij het belang van het onderzoek geen uitstel van het verhoor toelaat. In dat geval houdt de rechter-commissaris het proces-verbaal van verhoor van de getuige onder zich totdat op het beroep is beslist.

  3. Indien in beroep wordt geoordeeld dat de getuige geen bedreigde getuige is en de rechter-commissaris de getuige al met inachtneming van de artikelen 2.10.41 tot en met 2.10.44 heeft verhoord, draagt de rechter-commissaris er zorg voor dat het proces-verbaal van verhoor van de getuige wordt vernietigd. De rechter-commissaris maakt hiervan proces-verbaal op. Artikel 2.10.44 is van overeenkomstige toepassing.