1. De rechter-commissaris beveelt ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte of van de getuige, dat ter gelegenheid van het verhoor van die getuige zijn identiteit verborgen wordt gehouden, indien:

    1. de getuige of een andere persoon, met het oog op de door de getuige af te leggen verklaring, zich zodanig bedreigd kan achten dat, naar redelijkerwijze moet worden aangenomen, voor het leven, de gezondheid of de veiligheid dan wel de ontwrichting van het gezinsleven of het sociaaleconomisch bestaan van die getuige of die andere persoon moet worden gevreesd, en

    2. de getuige te kennen heeft gegeven wegens deze bedreiging geen verklaring te willen afleggen.

  2. De officier van justitie, de verdachte, en de getuige worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Voor de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat aangewezen. De aanwijzing vindt plaats in opdracht van de rechter-commissaris door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.