1. De rechter-commissaris beveelt de invrijheidstelling van de getuige zodra deze aan zijn verplichting heeft voldaan of zijn verklaring niet meer nodig is.

  2. De rechtbank kan op elk moment ambtshalve, op verslag van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de getuige, zijn invrijheidstelling bevelen. De getuige wordt gehoord, althans opgeroepen.

  3. In ieder geval geeft de officier van justitie opdracht tot invrijheidstelling zodra het onderzoek door de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 2.10.68 is beëindigd.