1. Het verblijf in de accommodatie of instelling geldt als voorlopige hechtenis, duurt ten hoogste zeven weken en eindigt zodra de voorlopige hechtenis eindigt.

  2. De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte het bevel eenmaal met ten hoogste zeven weken verlengen. Op het bevel tot verlenging is artikel 2.10.24 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het oordeel van een of meer deskundigen achterwege kan blijven.

  3. De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte bevelen dat het verblijf in de accommodatie of instelling wordt beëindigd.

  4. Onze Minister wijst de accommodaties en instellingen aan naar welke verdachten krachtens het bevel kunnen worden overgebracht.