1. Vorderingen van het openbaar ministerie en verzoeken van de verdachte als bedoeld in dit hoofdstuk worden gemotiveerd.

  2. Beslissingen van de rechter-commissaris als bedoeld in dit hoofdstuk zijn gemotiveerd en worden in het proces-verbaal opgenomen voor zover zij niet afzonderlijk worden vastgelegd. In geval van afzonderlijke vastlegging van de beslissing is artikel 2.1.15, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

  3. In afwijking van het tweede lid worden bevelen van de rechter-commissaris als bedoeld in dit hoofdstuk afzonderlijk vastgelegd met uitzondering van bevelen als bedoeld in de artikelen 2.10.8, 2.10.29 en 2.10.45. Artikel 2.1.13, tweede lid, derde zin, is niet van toepassing.