1. Onverminderd de gevallen waarin de wet een machtiging van de rechter-commissaris vereist, kan de officier van justitie de in de wet aan hem toegekende bevoegdheden uitoefenen na een daartoe verleende machtiging van de rechter-commissaris.

  2. De officier van justitie kan beroep instellen tegen de afwijzing door de rechter-commissaris van een vordering op grond van het eerste lid.

  3. De termijn voor het instellen van beroep is twee weken na de dagtekening van de beslissing. De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk.