1. Toestemming voor een onderzoekshandeling wordt vooraf, afzonderlijk vastgelegd indien de wet dat bepaalt. Bij dringende noodzaak kan de afzonderlijke vastlegging van de toestemming worden uitgesteld tot uiterlijk drie dagen nadat zij is gegeven.

  2. Artikel 2.1.15, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de afzonderlijke vastlegging van de toestemming.