1. Het proces-verbaal wordt door opsporingsambtenaren opgemaakt op hun ambtseed of ambtsbelofte.

  2. Het proces-verbaal wordt door opsporingsambtenaren persoonlijk opgemaakt, gedagtekend en ondertekend; daarbij worden tevens zoveel mogelijk uitdrukkelijk de redenen van wetenschap opgegeven.

  3. In geval het opmaken van proces-verbaal op grond van artikel 2.1.10, derde lid, is uitgesteld, vermelden opsporingsambtenaren in een verkort proces-verbaal dat door hen tot opsporing is verricht of bevonden wat op de geluids- of beeldopname is vastgelegd.

  4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de inhoud van een verkort proces-verbaal.