1. Berichten van het openbaar ministerie of een rechter worden aan een burger overgedragen door betekening in de gevallen waarin de wet dat bepaalt. Oproepingen worden betekend tenzij de wet anders bepaalt.

  2. In andere gevallen wordt het bericht aan de burger overgedragen door het aan de persoon voor wie het bestemd is uit te reiken of toe te zenden, tenzij de wet bepaalt dat het wordt meegedeeld.

  3. Toezending vindt plaats:

    1. langs elektronische weg, door plaatsing van een bericht in de elektronische voorziening onder notificatie aan de persoon voor wie het bericht bestemd is, dan wel, in bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen, door rechtstreekse toezending aan het elektronisch adres van de persoon voor wie het bestemd is;

    2. door een postvervoerbedrijf als bedoeld in de Postwet 2009; of

    3. door een daartoe bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen dienst of andere instelling van vervoer.

  4. In het geval de burger een elektronisch adres heeft opgegeven, wordt het bericht langs elektronische weg toegezonden op de wijze, bedoeld in het derde lid, onderdeel a.

  5. In andere gevallen wordt het bericht toegezonden aan het adres van de burger in Nederland dat met overeenkomstige toepassing van artikel 1.9.13, vijfde en zesde lid, is bepaald.

  6. Toezending kan achterwege blijven als het bericht in overeenstemming met de wettelijke regeling is betekend aan de persoon voor wie het bestemd is.