1. Het recht van de verdachte om kennis te nemen van de processtukken omvat het recht om van die processtukken een kopie te verkrijgen, behoudens het bepaalde in het tweede lid.

  2. In het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend, kan worden bepaald dat van bepaalde processtukken of gedeelten daarvan alleen inzage wordt verleend.

  3. De verdachte wordt ervan in kennis gesteld dat hem van bepaalde processtukken of gedeelten daarvan geen kopie wordt verstrekt.

  4. De opsporingsambtenaar of rechter-commissaris die met het verhoor is belast verstrekt direct nadat het proces-verbaal is opgemaakt aan de verdachte of zijn raadsman een kopie van:

    1. de processen-verbaal, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel a; en

    2. de processen-verbaal van verhoren waarbij de verdachte of zijn raadsman aanwezig kon zijn, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel b.

    Het tweede lid is niet van toepassing.

  5. Van de processen-verbaal, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel c, verstrekt de officier van justitie direct nadat het proces-verbaal aan hem is overgedragen de verdachte op zijn verzoek een kopie, behoudens het bepaalde in het tweede lid.