1. De officier van justitie kan, indien hij dit met het oog op de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen noodzakelijk acht, de voeging van bepaalde stukken of gedeelten daarvan bij de processtukken achterwege laten. Hij heeft daartoe een schriftelijke machtiging nodig, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris. De vordering en de beslissing worden bij de processtukken gevoegd.

  2. De officier van justitie doet van de toepassing van het eerste lid en, voor zover de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen dat toelaten, de redenen voor die toepassing, proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt bij de processtukken gevoegd.

  3. Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de in het eerste lid bedoelde stukken.