1. De verdachte kan een bezwaarschrift indienen bij de rechter-commissaris tegen:

    1. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.4, eerste lid, dat zijn verzoek om het voegen van stukken is afgewezen;

    2. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.6, tweede lid, dat de processtukken niet volledig zijn;

    3. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.8, derde lid, van de officier van justitie dat hem van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen kopie wordt verstrekt;

    4. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.9, tweede lid, van de officier van justitie dat zijn verzoek om vertaling van processtukken is afgewezen.

  2. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is twee weken na dagtekening van de kennisgeving. Het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan daarna telkens na periodes van een maand worden ingediend.