1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de processtukken worden samengesteld en ingericht, over de wijze waarop de kennisneming van processtukken of inzage daarin plaatsvindt en over het verstrekken van kopieën.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de integriteit en de authenticiteit van processtukken in elektronische vorm. Van een processtuk in elektronische vorm kan de integriteit worden nagegaan doordat iedere wijziging kan worden vastgesteld.

  3. In de processtukken en in stukken waarvan de kennisneming ingevolge dit wetboek wordt toegestaan blijven in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bepaalde daarin aan te wijzen gegevens in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer onvermeld, tenzij deze gegevens voor door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn.

  4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.