1. Op de wijze bij de wet bepaald wordt een deskundige benoemd met een opdracht tot het geven van informatie over of het doen van onderzoek op een terrein waarvan hij specifieke of bijzondere kennis bezit.

  2. Bij de benoeming worden de opdracht en de termijn waarbinnen de deskundige zijn verslag uitbrengt, vermeld.

  3. De deskundige brengt het verslag schriftelijk en naar waarheid, volledig en naar beste inzicht uit.

  4. De rechter kan bepalen dat de deskundige mondeling verslag uitbrengt.