1. Het slachtoffer dat de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, kan verzoeken informatie waarop hij overeenkomstig artikel 1.5.4, eerste of derde lid, recht heeft en die hij noodzakelijk acht om zijn rechten in het strafproces te kunnen uitoefenen, te laten vertalen in een voor hem begrijpelijke taal.

  2. De vertaling die aan het slachtoffer wordt verstrekt omvat, voor zover zijn verzoek hierop betrekking heeft, ten minste de informatie, bedoeld in artikel 1.5.4, eerste lid, onderdelen a, c, d, f, g, i en j voor zover deze informatie noodzakelijk is om zijn rechten in het strafproces te kunnen uitoefenen.

  3. Het slachtoffer dat de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst:

    1. kan verzoeken processtukken waarvan hem de kennisneming is toegestaan overeenkomstig artikel 1.5.5 en die hij noodzakelijk acht om zijn rechten in het strafproces te kunnen uitoefenen, schriftelijk te laten vertalen in een voor hem begrijpelijke taal;

    2. kan de bijstand van een tolk verzoeken bij de kennisneming van processtukken of inzage van stukken die hem overeenkomstig artikel 1.5.5 is toegestaan en die hij noodzakelijk acht om zijn rechten in het strafproces te kunnen uitoefenen, ten behoeve van mondelinge vertaling in een voor hem begrijpelijke taal.

  4. Het verzoek, bedoeld in het eerste of derde lid, onderdeel a, omschrijft zo duidelijk mogelijk de informatie, de processtukken of gedeelten daarvan waarop het verzoek betrekking heeft en is gemotiveerd.

  5. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gericht aan de officier van justitie. Op een verzoek als bedoeld in het derde lid, is artikel 1.5.5, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid, wordt tijdens de tenuitvoerlegging gericht aan Onze Minister.

  6. Van een afwijzing van een verzoek als bedoeld in het eerste of derde lid, wordt het slachtoffer in kennis gesteld door degene aan wie dat verzoek is gericht.

  7. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid, onderdeel a, kan in plaats van een schriftelijke vertaling in specifieke gevallen een mondelinge vertaling of vertaalde samenvatting worden verstrekt van de informatie of processtukken die het slachtoffer nodig heeft om zijn rechten te kunnen uitoefenen, op voorwaarde dat de eerlijkheid van de procesvoering daardoor niet wordt aangetast.

  8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over vertaling van informatie en processtukken die aan het slachtoffer op zijn verzoek ter beschikking wordt gesteld, over de bijstand door een tolk en over de ondersteuning van het slachtoffer bij zijn noodzakelijke contacten met de politie, het openbaar ministerie, de rechter en Onze Minister.