1. Het slachtoffer kan zich doen bijstaan tijdens het opsporingsonderzoek en op de terechtzitting.

  2. Het slachtoffer kan zich doen bijstaan door een advocaat, door zijn wettelijk vertegenwoordiger en tevens door een persoon naar keuze.

  3. Het slachtoffer kan op de terechtzitting zijn belangen laten behartigen door een advocaat, indien deze verklaart daartoe uitdrukkelijk gemachtigd te zijn, of door een gemachtigde die daartoe een specifieke schriftelijke volmacht overlegt.

  4. De politie, de officier van justitie of de rechter kan de bijstand aan een slachtoffer door zijn wettelijk vertegenwoordiger of door een persoon naar keuze, dan wel het behartigen van de belangen door een schriftelijk gemachtigde, weigeren in het belang van het onderzoek of het belang van het slachtoffer. Deze weigering wordt gemotiveerd.