1. De officier van justitie zorgt ervoor dat het slachtoffer:

    1. bij zijn eerste contact met een betrokken opsporingsambtenaar zonder onnodige vertraging in kennis wordt gesteld van informatie die hem in staat stelt de rechten die hem toekomen uit te oefenen;

    2. bij of na zijn eerste contact met een betrokken opsporingsambtenaar zonder onnodige vertraging in kennis wordt gesteld van zijn recht, bedoeld in artikel 1.5.4, eerste lid, om voldoende informatie te ontvangen over de aanvang en voortgang van de zaak die betrekking heeft op het tegen hem begane strafbare feit.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de inhoud, het aanbieden en verstrekken van informatie als bedoeld in het eerste lid.