1. De benadeelde partij is alleen ontvankelijk in haar vordering indien:

    1. de verdachte wordt veroordeeld dan wel met toepassing van artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht wordt ontslagen van rechtsvervolging en

    2. de schade waarvan zij vergoeding vordert, is toegebracht door het bewezen verklaarde feit of door een niet ten laste gelegd feit waarvan in de oproeping is vermeld dat de officier van justitie het op de terechtzitting ter sprake wenst te brengen en waarmee door de rechtbank bij de strafoplegging rekening is gehouden.

  2. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in haar vordering indien en voor zover die vordering een onevenredige belasting oplevert voor de behandeling van de zaak.