1. Onverminderd artikel 1.4.4 wordt de verdachte van zijn recht op rechtsbijstand mededeling gedaan:

    1. voor de inverzekeringstelling en voor de vordering tot inbewaringstelling door de officier van justitie of de hulpofficier van justitie;

    2. bij het eerste verhoor in geval de rechter-commissaris onderzoek verricht op grond van de artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.4, door deze;

    3. in geval de verdachte door mededeling hoger beroep of beroep in cassatie instelt tegen een eindvonnis of eindarrest, door de medewerker van de griffie.

  2. Van het recht op rechtsbijstand wordt de verdachte in kennis gesteld bij de betekening van:

    1. de procesinleiding;

    2. de kennisgeving van een door de officier van justitie ingesteld hoger beroep tegen een eindvonnis of een door de advocaat-generaal ingesteld beroep in cassatie tegen een eindarrest;

    3. de kennisgeving van ontvangst van de processtukken, nadat hoger beroep is ingesteld tegen een eindvonnis;

    4. de kennisgeving van ontvangst van de processtukken, nadat beroep in cassatie is ingesteld tegen een eindarrest.