1. Voor de gevoegde behandeling van een vordering tot tenuitvoerlegging van een niet tenuitvoergelegde straf wordt onder verdachte mede verstaan: de persoon tegen wie de veroordeling tot een niet tenuitvoergelegde straf waarvan de tenuitvoerlegging gevorderd wordt, is gewezen.

  2. Voor onderzoek dat wordt verricht ter bepaling van wederrechtelijk verkregen voordeel en voor de afzonderlijke behandeling van een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt onder verdachte mede verstaan: de persoon tegen wie het eindvonnis of het eindarrest is gewezen.

  3. De rechten van de verdachte komen ook toe aan de ambtenaar die in de uitoefening van zijn functie geweld heeft gebruikt en ten aanzien van welk geweldgebruik een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 6.5.14 is ingesteld.