1. In geval een bevel als bedoeld in artikel 1.4.18 is gegeven, brengt de officier van justitie dit direct ter kennis van de voorzitter van de rechtbank. Deze geeft direct opdracht aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand om een raadsman aan te wijzen.

  2. De aangewezen raadsman treedt, zolang het bevel van kracht is en voor zover het vrije verkeer tussen raadsman en verdachte daardoor wordt beperkt, als zodanig op.