1. De aanwijzing van een raadsman op grond van de artikelen 1.4.13 en 1.4.14 vindt plaats voor de duur van de gehele aanleg waarin zij heeft plaatsgehad.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van de artikelen 1.4.13 en 1.4.14.