1. Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand wijst na de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.3.7, eerste en tweede lid, of na de kennisgeving dat een verdachte in verzekering is gesteld voor wie niet eerder een raadsman is aangewezen, een raadsman aan.

  2. De verdachte kan een voorkeur voor een bepaalde raadsman kenbaar maken.

  3. De aangewezen raadsman treedt ook op als raadsman voor de verdachte tijdens de behandeling door de rechtbank van het beroep van de officier van justitie, bedoeld in artikel 2.5.59.

  4. De aanwijzing eindigt met het aflopen van het ophouden voor onderzoek of van de inverzekeringstelling.