1. De verdachte is te allen tijde bevoegd een of meer raadslieden te kiezen.

  2. Tot de keuze van een of meer raadslieden is ook de wettelijk vertegenwoordiger van de verdachte bevoegd.

  3. Is de verdachte verhinderd van zijn wil te doen blijken en heeft hij geen wettelijk vertegenwoordiger, dan is zijn echtgenoot of geregistreerde partner of een van de meest in aanmerking komende van zijn bloed- of aanverwanten, tot en met de vierde graad, tot die keuze bevoegd.

  4. De op grond van het tweede of derde lid gekozen raadsman treedt terug, zodra de verdachte zelf een raadsman heeft gekozen.