1. Onder verdachte wordt voorafgaand aan het instellen van de vervolging verstaan degene die als zodanig is aangemerkt.

  2. Iemand mag alleen als verdachte worden aangemerkt indien ten aanzien van hem uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.

  3. Na het instellen van vervolging wordt onder verdachte verstaan degene tegen wie de vervolging is gericht.