1. De officier van justitie kan vervolging instellen door:

    1. het uitvaardigen van een strafbeschikking;

    2. het aanbrengen ter berechting door indiening van een procesinleiding.

  2. In de gevallen en onder de voorwaarden bij of krachtens de wet bepaald kan vervolging door het uitvaardigen van een strafbeschikking ook ingesteld worden door:

    1. opsporingsambtenaren;

    2. vertegenwoordigers van organisaties en personen met een publieke taak belast.