1. Hulpofficier van justitie zijn:

    1. de door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012;

    2. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie bij ministeriële regeling aangewezen militairen van de Koninklijke marechaussee;

    3. de door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

    4. de door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren.

  2. De hulpofficier van justitie oefent zijn bevoegdheden uit binnen de grenzen van de hem toegekende bevoegdheid tot opsporing.