1. De rechter en de griffier dagtekenen en ondertekenen processen-verbaal en rechterlijke beslissingen in de gevallen bij de wet bepaald.

  2. Indien een rechter niet tot ondertekening in staat is van een beslissing die door een meervoudige kamer is genomen, kan die ondertekening achterwege blijven indien ten minste een van de rechters uit deze kamer ondertekent.

  3. Indien geen van de rechters uit de meervoudige kamer in staat is tot ondertekening van een proces-verbaal of een beslissing, kan een andere rechter dit doen, indien:

    1. die rechter door de voorzitter van het gerecht daarvoor is aangewezen;

    2. die rechter zich ervan heeft vergewist dat het proces-verbaal weergeeft wat op de terechtzitting is voorgevallen of de beslissing weergeeft wat de meervoudige kamer heeft besloten; en

    3. de griffier die bij de beraadslaging aanwezig is geweest het proces-verbaal of de beslissing mede ondertekent.

  4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de rechter- of raadsheer-commissaris of de rechter die zitting heeft gehad in een enkelvoudige kamer niet in staat is tot ondertekening van een proces-verbaal of beslissing.

  5. Indien de griffier niet tot ondertekening van een proces-verbaal of beslissing in staat is, kan die ondertekening achterwege blijven als ten minste een rechter heeft ondertekend. Indien de griffier niet tot het opmaken van een proces-verbaal of beslissing in staat is, kan dit door een daartoe door de voorzitter van de kamer aangewezen griffier gebeuren. Indien de voorzitter daartoe niet in staat is, kan een andere rechter uit de kamer dan wel de voorzitter van het gerecht een griffier aanwijzen.

  6. Van een verhindering tot het opmaken of ondertekenen van een proces-verbaal of beslissing dan wel van het opmaken of ondertekenen door een andere rechter of griffier wordt aan het einde van het proces-verbaal of de beslissing melding gemaakt.