Indien de rechter-commissaris bij de uitoefening van zijn bevoegdheden buiten aanwezigheid van de officier van justitie constateert dat een strafbaar feit wordt begaan, doet hij daarvan een proces-verbaal opmaken en toekomen aan de officier van justitie. Hij kan tevens ambtshalve de bewaring van de verdachte bevelen. De bepalingen van Boek 2, Titel 5.4, zijn van toepassing.