1. In gevallen waarin de wet niet bepaalt welke rechter-commissaris bevoegd is om te oordelen over de vordering van de officier van justitie, is bevoegd de rechter-commissaris in de rechtbank die bevoegd is om het strafbare feit waarop de vordering betrekking heeft te berechten.

  2. In gevallen waarin de wet niet bepaalt welke rechter-commissaris bevoegd is om te oordelen over een verzoek of bezwaarschrift, is bevoegd de rechter-commissaris in de rechtbank die het strafbare feit waarop het verzoek of het bezwaarschrift betrekking heeft, zal berechten, berecht of laatstelijk heeft berecht. Indien nog onbekend is of en zo ja door welke rechtbank berechting zal plaatsvinden, is de rechter-commissaris bevoegd in de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen de verdachte voor het eerst is verhoord.

  3. Indien de rechter-commissaris in het geval, bedoeld in het tweede lid, tweede zin, voordat hij op het verzoek of het bezwaarschrift heeft beslist constateert dat de berechting bij een andere rechtbank plaatsvindt of zal plaatsvinden, kan hij het verzoek of het bezwaarschrift aan de rechter-commissaris in die rechtbank overdragen.

  4. De rechter-commissaris kan een bepaalde bevoegdheid ook binnen het rechtsgebied van een andere rechtbank uitoefenen. Hij stelt in dat geval zijn ambtgenoot hiervan tijdig in kennis.

  5. De rechter-commissaris kan de uitoefening van een bevoegdheid overdragen aan de rechter-commissaris in de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen zij moet plaatshebben.