1. De griffier legt tijdens het onderzoek op de zitting de namen van de rechters, de in acht genomen vormen, al hetgeen met betrekking tot de zaak voorvalt alsmede de afgelegde verklaringen vast.

  2. De griffier legt een omstandigheid, verklaring of opgave vast of neemt een verklaring woordelijk op wanneer de raadkamer dat nodig oordeelt of wanneer het openbaar ministerie, de betrokken procespartij, haar raadsman of advocaat, de getuige of de deskundige dat verzoekt, voor zover het verzoek redelijke grenzen niet overschrijdt.

  3. Vastlegging door de griffier kan achterwege blijven indien van het onderzoek op de zitting een geluidsopname of geluids- en beeldopname wordt gemaakt.

  4. De griffier maakt van de behandeling proces-verbaal op indien tegen de beslissing een gewoon rechtsmiddel wordt ingesteld en ingeval de raadkamer daartoe beslist. De griffier maakt voorts proces-verbaal op indien het openbaar ministerie of de betrokken procespartij dat verzoekt, tenzij met het opmaken van proces-verbaal geen redelijk belang is gediend. Het proces-verbaal bevat de gegevens, vermeld in het eerste lid.

  5. Het proces-verbaal wordt door de voorzitter of een ander lid van de raadkamer en door de griffier ondertekend.