1. Indien zij dat in het belang van een behoorlijke behandeling van de zaak noodzakelijk acht, beveelt de raadkamer de schorsing van de behandeling voor bepaalde of onbepaalde tijd. De redenen voor de schorsing worden in het proces-verbaal vastgelegd.

  2. De behandeling van de zaak wordt na een schorsing hervat in de stand waarin de behandeling zich bevond op het tijdstip van de schorsing. Bij verandering in de samenstelling van de raadkamer wordt het onderzoek opnieuw aangevangen tenzij het openbaar ministerie en de betrokken procespartij instemmen met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de schorsing bevond.

  3. Indien het belang van een behoorlijke behandeling van de zaak dit vereist, kan de raadkamer de stukken met overeenkomstige toepassing van artikel 4.2.51 overdragen aan de rechter-commissaris.