1. Het openbaar ministerie is bij het onderzoek op de zitting aanwezig en wordt gehoord over de beslissingen die de raadkamer heeft te nemen.

  2. De betrokken procespartij wordt gehoord, althans hiertoe opgeroepen. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing indien de betrokken procespartij niet de verdachte is.

  3. De betrokken procespartij kan zich bij het onderzoek op de zitting doen bijstaan door een raadsman of advocaat.

  4. Tenzij de wet anders bepaalt, kan de betrokken procespartij zijn belangen laten behartigen door een raadsman of advocaat indien die raadsman of advocaat verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

  5. Het tweede tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing voor zover het belang van het onderzoek hierdoor ernstig wordt geschaad.