1. Het onderzoek op de zitting vindt in het openbaar plaats, tenzij de wet anders bepaalt.

  2. De raadkamer kan bevelen dat het onderzoek geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvindt. Dit bevel kan worden gegeven in het belang van de goede zeden, de openbare orde, de staatsveiligheid, en ook indien de belangen van personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken procespartij, andere procesdeelnemers of anderszins bij de zaak betrokkenen dit eisen. Het bevel kan ook worden gegeven indien de openbaarheid naar het oordeel van de raadkamer het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden.

  3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid wordt door de raadkamer ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie, op verzoek van de betrokken procespartij of op verzoek van een andere procesdeelnemer gegeven. Voordat de raadkamer het bevel geeft, hoort zij het openbaar ministerie, de betrokken procespartij en andere procesdeelnemers, zo nodig met gesloten deuren.

  4. Tot bijwoning van de niet openbare zitting kan de voorzitter bijzondere toegang verlenen.

  5. Tot bijwoning van een openbare zitting worden als toehoorders niet toegelaten personen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt, tenzij de voorzitter in een bijzonder geval anders oordeelt. De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders niet toe te laten indien zij de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. Deze bevoegdheid bestaat niet bij slachtoffers.

  6. In geval van een beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris vindt het onderzoek op de zitting niet in het openbaar plaats.