1. Het openbaar ministerie en de rechter, zoveel mogelijk door tussenkomst van de officier van justitie, kunnen, al dan niet op verzoek van de verdachte, aan een reclasseringsinstelling die overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels is erkend, opdracht verlenen tot het opmaken van een reclasseringsadvies.

  2. De reclasseringsinstelling waaraan de opdracht is verleend, stelt de identiteit van de verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 1.4.8, eerste en tweede lid, tenzij de opdracht in een inrichting wordt uitgevoerd.