1. Voor de verdachte of veroordeelde die de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst wordt de bijstand van een tolk ingeroepen:

    1. indien hij wordt gehoord of verhoord of aanwezig is bij een verhoor;

    2. bij overleg met zijn raadsman;

    3. indien hij is opgeroepen voor een zitting.

  2. Voor het slachtoffer dat de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst wordt de bijstand van een tolk ingeroepen:

    1. voor het mondeling doen van aangifte;

    2. indien hij wordt gehoord of verhoord als getuige;

    3. indien hij is opgeroepen voor een zitting.

  3. Indien een getuige of deskundige wordt gehoord of verhoord die de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, kan de bijstand van een tolk worden ingeroepen.

  4. Voor het onderzoek van de zaak in raadkamer wordt voor de betrokken procespartij die de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst de bijstand van een tolk ingeroepen.