1. De officier van justitie bevordert dat de betrokken opsporingsambtenaar in een zo vroeg mogelijk stadium het slachtoffer en de verdachte mededeling doet van de mogelijkheden tot herstelrechtvoorzieningen, waaronder mediation en andere vormen van herstelrecht.

  2. De officier van justitie bevordert herstelrecht tussen het slachtoffer en de verdachte of veroordeelde.

  3. De officier van justitie en de rechter kunnen de zaak ambtshalve of op verzoek van de verdachte of het slachtoffer verwijzen ten behoeve van mediation.

  4. Het verzoek wordt voor aanvang van de berechting gericht tot de officier van justitie en na aanvang daarvan tot de rechter.

  5. Bij de beoordeling of de zaak moet worden verwezen ten behoeve van mediation vergewist de officier van justitie of de rechter zich ervan dat mediation de instemming heeft van het slachtoffer en de verdachte, alsook dat de verdachte de feiten die aan de zaak ten grondslag liggen heeft erkend.

  6. Bij toewijzing van het verzoek, bedoeld in het derde lid, wordt de zaak verwezen ten behoeve van mediation. De beslissing op het verzoek wordt ter kennis van het slachtoffer en de verdachte gebracht. Een afwijzing van het verzoek is gemotiveerd.

  7. Indien mediation tot een overeenkomst tussen het slachtoffer en de verdachte heeft geleid, houden de officier van justitie en de rechter hiermee rekening bij de behandeling of afdoening van de zaak.

  8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over herstelrechtvoorzieningen, waaronder mediation en andere vormen van herstelrecht, met inbegrip van de voorwaarden en procedures.