1. Onder minderjarige wordt verstaan een persoon als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

  2. Onder ouder van de minderjarige wordt verstaan de ouder of de voogd die het gezag als bedoeld in artikel 245 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek over de minderjarige uitoefent.