24 maart 2017
Eerste Kamer
16/00464
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3. [eiser 3] ,wonende te [woonplaats] ,
4. [eiser 4] ,wonende te [woonplaats] ,
5. [eiser 5] ,wonende te [woonplaats] ,
6. [eiser 6] ,
wonende te [woonplaats] ,
7. [eiser 7] ,
8. [eiser 8] ,
Wonende te [woonplaats] ,
9. [eiseres 9] ,
10. [eiser 10] ,
11. [eiser 11] ,
12. [eiser 12] ,
13. [eiser 13] ,
14. [eiser 14] ,
15. [eiser 15] ,
16. [eiser 16] ,
17. [eiser 17] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
N.V. HVC,gevestigd te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de werknemers en HVC.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 2278235 CV EXPL 13-3343 van de kantonrechter te Alkmaar van 18 september 2013 en 22 oktober 2014;
b. het arrest in de zaak 200.164.895/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 september 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Tegen het arrest van het hof hebben de werknemers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
HVC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van de werknemers heeft bij brief van 27 januari 2017 op die conclusie gereageerd.
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de werknemers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HVC begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. de Groot, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 maart 2017.