9 juni 2017

Nr. 17/00637

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017, nr. 15/01057, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nrs. AWB/ROE 14/3772 en AWB/ROE 14/3773) betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de afvalstoffenheffing van de gemeente Maasgouw.

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie HR 7 februari 1973, nr. 16885, BNB 1973/69).

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek van belanghebbende om teruggave van griffierecht omdat, anders dan belanghebbende betoogt, geen sprake is van samenhang als bedoeld in artikel 8:14 Awb tussen de onderhavige zaak en de zaak die bij de Hoge Raad is geregistreerd onder nummer 17/00638.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.