13 mei 2016

Nr. 15/05264

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 oktober 2015, nr. 15/00112, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland betreffende een aan belanghebbende voor het belastingjaar 2012 opgelegde aanslag forensenbelasting van de gemeente Zeewolde.

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde heeft een verweerschrift ingediend.

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 9 februari 2007, nr. 40643, ECLI:NL:HR:2007:AX0678, BNB 2007/165).

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2016.