22 maart 2011
Strafkamer
Nr. 09/03824
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 september 2009, nummer 23/000919-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.G.C. Groenendaal, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat de tot het bewijs gebezigde verklaring van de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] een mening, gissing of gevolgtrekking bevat.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 28 juni 2008 in de gemeente Amsterdam op de openbare weg, als bedoeld in artikel 1 van de Algemene Plaatselijke Verordering van Amsterdam, te weten de Oudezijds Achterburgwal, zich op die weg heeft opgehouden, terwijl redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zulks geschiedde om verdovende middelen, in de zin van de Opiumwet, althans daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:
"2. Een mini-procesverbaal nummer 28062008035519002, op 28 juni 2008 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit procesverbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant voornoemd:
Ik constateerde dat op 28 juni 2008 op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam nepdope werd aangeboden. De verdachte gaf, daarnaar gevraagd, op te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats].
3. Een proces-verbaal brondocumentnummer 28062008035519002, Xpolrmummer 2008184088, op 28 juni 2008 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] en als bijlage gevoegd bij het onder 1 genoemde procesverbaal. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant voornoemd:
Ik, verbalisant, zag dat de verdachte Akoula zich ophield op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam. Ik zag dat hij aan twee andere personen een pilletje gaf. Ik zag dat een van deze personen aan een voorbijganger een pilletje gaf. Ik zag dat de voorbijganger hiervoor betaalde. Ik zag dat een van de jongens met dit geld naar [verdachte] liep. Ik zag dat [verdachte] dit geld aannam en aan een van de jongens weer een nieuw pilletje gaf."
2.3. Het hiervoor onder 2.2.2 sub 3 weergegeven proces-verbaal bevat, ook wat betreft de door de verbalisant gerelateerde constatering dat op tijd en plaats door hem genoemd nepdope werd aangeboden, niets wat niet kan worden aangemerkt als feiten en omstandigheden welke de verbalisant - blijkens de stukken van het geding hoofdagent van politie, deel uitmakend van Wijkteam Beursstraat te Amsterdam - op grond van zijn opleiding, ervaring en plaatselijke bekendheid zelf heeft waargenomen en ondervonden.
2.4. Het middel is tevergeefs voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 maart 2011.